De Internal Combustion Engine (ICE), ofwel verbrandingsmotor, was ruim een eeuw lang het dominante aandrijfsysteem voor auto’s, vrachtwagens en motorfietsen. In een ICE wordt een brandstof zoals benzine, diesel of LPG verbrand in een cilinder, waarbij de vrijkomende druk wordt omgezet in draaiende beweging via zuigers en een krukas.
ICE-motoren zijn robuust, krachtig en eenvoudig bij te tanken, maar relatief inefficiënt: slechts 20–30 % van de energie uit brandstof wordt omgezet in voortbeweging. De rest gaat verloren als warmte. Bovendien produceren ze uitlaatgassen zoals CO₂ (klimaatverandering), stikstofoxiden (NOx), koolwaterstoffen (HC) en fijnstof (PM), wat luchtkwaliteit en volksgezondheid schaadt.
Door de opkomst van elektrische voertuigen (BEV’s), strengere milieueisen (Euro 6/7) en beleidsmaatregelen zoals zero-emissiezones en hogere accijnzen staat de ICE onder druk. Veel fabrikanten stoppen tussen 2030 en 2035 met de productie van auto’s met verbrandingsmotor in Europa.
De ICE blijft voorlopig nog bestaan in nichetoepassingen, zwaar transport en als range-extender, maar zal in personenvervoer steeds meer plaatsmaken voor duurzame alternatieven.
