Nieuwe energielabels voor auto’s: eerlijker vergelijking, maar verwarring blijft

Vanaf 2026 krijgt het energielabel voor auto’s een flinke opfrisbeurt. Elektrische auto’s worden eindelijk op hun stroomverbruik beoordeeld, maar het verleden blijft hardnekkig doorspelen op de occasionmarkt.

In de Europese showroom moet straks elke nieuwe auto een actueel energielabel tonen — dat is al jaren verplicht, maar de manier waarop dat gebeurt, wordt vanaf 2026 aangepast. Tot nu toe ging het energielabel vooral over het fossiele brandstofverbruik en de bijbehorende CO₂-uitstoot. Voor elektrische auto’s betekende dat: geen meetbare uitstoot, dus vaak automatisch het zuinigste label. Maar in de praktijk zegt dat weinig over het werkelijke stroomverbruik, en dus ook weinig over efficiëntie of kosten.

Daar komt nu verandering in. Het nieuwe systeem maakt ruimte voor het vermelden van het daadwerkelijke stroomverbruik per 100 km, vergelijkbaar met liters per 100 km bij benzine- of dieselmodellen. Dat maakt de labels eerlijker en relevanter, zeker nu de markt voor volledig elektrische voertuigen volwassen begint te worden.

Meer dan A

De tweede grote verandering is dat de schaal wordt uitgebreid. Waar het nu stopt bij label A (de zuinigste categorie), komen er drie extra klassen bij: A+, A++ en A+++. Daarmee worden de efficiëntste voertuigen — vooral EV’s met een laag verbruik — beter onderscheiden. Het is vergelijkbaar met hoe witgoed al jaren op die manier wordt geclassificeerd. Voor auto’s betekent het: een extra stimulans voor fabrikanten om te optimaliseren op efficiëntie in plaats van alleen actieradius of prestaties.

De onderliggende systematiek verandert overigens niet: auto’s worden nog steeds vergeleken binnen hun eigen klasse (bijvoorbeeld op grootte en gewicht). Een zware SUV kan dus nog steeds energielabel A krijgen als hij relatief zuinig is binnen zijn segment, zelfs als een kleinere hatchback met label B objectief veel minder energie verbruikt.

Minder zichtbaar: de datastroom verandert

Achter de schermen verandert er meer. Importeurs gaan hun data anders aanleveren aan de RDW, die de gegevens beheert en publiceert in het officiële brandstofverbruiksboekje. Naar verwachting zal dat pas na 2026 volledig ingaan, wanneer de gegevens uit het zogenoemde Certificaat van Overeenstemming (CVO) als basis gaan dienen. Dat moet de betrouwbaarheid en volledigheid van de verbruiksdata verbeteren.

Tot slot: het label blijft plakken

Op de tweedehandsmarkt leidt de huidige labelsystematiek tot verwarring. Gebruikte auto’s houden het label dat ze kregen op het moment van registratie, vaak jaren eerder. Een auto uit 2017 met energielabel A kan anno 2025 — met nieuwe normen en zuinigere concurrenten — in feite slechter scoren dan veel moderne auto’s. Toch blijft het oude label juridisch leidend. Dat maakt het lastig voor consumenten die bij aankoop op het energielabel willen afgaan, maar in feite appels met peren vergelijken.

Het nieuwe systeem lost dat voorlopig niet op. Wie zuinig wil rijden, doet er dus goed aan niet alleen naar het lettertje op de sticker te kijken, maar ook naar het werkelijke energieverbruik per 100 kilometer. In de toekomst wordt dat hopelijk duidelijker, maar het verleden blijft voorlopig zichtbaar achter de voorruit.

Bron: Energielabel personenauto’s