Centrale aansturing van thuisbatterijen toont potentie tegen netcongestie

In het Drentse Ansen experimenteerden negen huishoudens met centraal aangestuurde thuisbatterijen. De eerste resultaten zijn hoopgevend: de collectieve inzet van batterijen kan het lokale stroomnet ontlasten én strategisch voordeel bieden voor bewoners. Maar er zijn ook nuances.

De pilot, genaamd NO-GIZMOS, onderzocht of slimme centrale aansturing van thuisbatterijen een oplossing kan zijn voor netcongestie op wijkniveau. In Ansen zijn negen thuisbatterijen geplaatst, gekoppeld aan hetzelfde transformatorstation. Via een softwareplatform van CGI Nederland werd het energiegebruik gecoördineerd – in plaats van dat elke batterij onafhankelijk zijn eigen logica volgt.

Minder pieken, meer grip

De eerste conclusie: piekbelasting op het lokale transformatorstation werd effectief afgevlakt. In een tijd waarin steeds meer huishoudens stroom terugleveren en tegelijk nieuwe afnamevragen ontstaan, van warmtepompen tot elektrische auto’s, is dat geen triviale prestatie. Enexis ziet deze collectieve sturing dan ook als veelbelovend voor congestiemanagement in dichtbebouwde wijken.

Ook op huishoudniveau werd resultaat geboekt. Hoewel sommige deelnemers een lichte toename in hun energiekosten zagen, werd dit grotendeels gecompenseerd doordat de batterijen slim ontladen tijdens prijspieken. Zo konden bewoners extra verdienen aan hun opgeslagen zonnestroom, of op zijn minst goedkoper stroom inkopen. In feite veranderde de batterij van passieve buffer in een actieve speler op de energiemarkt – gestuurd door collectieve softwarelogica in plaats van alleen individuele algoritmes.

Maar: sturing vereist regie

Thuisbatterijen worden vaak geprezen als dé oplossing voor netonbalans. Maar dat is te kort door de bocht. Ongecoördineerd gebruik kan juist leiden tot verergerde pieken, bijvoorbeeld wanneer alle batterijen tegelijk gaan laden op momenten van lage stroomprijs. De NO-GIZMOS-pilot laat zien dat centrale coördinatie dit kan voorkomen, mits alle partijen — van bewoners tot netbeheerders — daarin meebewegen.

Volgens de onderzoekers van Hanzehogeschool Groningen en de TU Eindhoven, die het project begeleiden, is verdere studie nodig naar de impact op hogere netniveaus, zoals het middenspanningsnet. Dat zou kunnen bepalen of deze aanpak ook op grotere schaal toepasbaar is.

Tot slot

NO-GIZMOS toont aan dat slim sturende software, gekoppeld aan collectief beheerde thuisbatterijen, lokaal verschil kan maken. In combinatie met tariefprikkels, betere datakoppeling en transparantie over eigendom en regie, kan dit model bijdragen aan een flexibelere energie-infrastructuur. Maar de techniek is slechts één kant van het verhaal. Net als bij andere innovaties in de energietransitie, van V2G tot dynamisch laden, wordt succes bepaald door samenwerking tussen huishoudens, techniekpartijen en netbeheerders.

Bron: Enexis / CGI NO-GIZMOS