Het nieuwe ICCT-rapport, gepubliceerd op 8 juli 2025, laat zien dat batterij-elektrische voertuigen (BEV’s) in de EU gemiddeld 73 % minder broeikasgas (GHG) uitstoten over hun levensduur dan benzineauto’s. Bij gebruik van volledig hernieuwbare stroom daalt de uitstoot tot 78 %, ofwel van zo’n 235 gram CO₂‑eq per kilometer naar circa 52 g CO₂‑eq/km. Die reductie bedraagt bijna een verviervoudiging ten opzichte van conventionele benzineauto’s.
Hoewel BEV’s initieel ongeveer 40 % méér uitstoten tijdens de productie – vooral door het batterijproces – wordt deze ‘emissieschuld’ binnen gemiddeld 17.000 km auto’s rijden terugverdiend. Bovendien is de totale CO₂-uitstoot van BEV’s sinds het vorige ICCT-rapport uit 2021 met ongeveer 24 % gedaald, dankzij schonere elektriciteitsmixen in Europa.
Vergelijking met andere aandrijflijnen
Hybride (HEV) en plug-in hybride (PHEV) voertuigen halen, na correctie voor realistisch brandstofgebruik, respectievelijk 20 % en 30 % lagere emissies dan benzine-auto’s, met waarden van circa 188 g/km (HEV) en 163 g/km (PHEV). Dieselauto’s laten nagenoeg dezelfde uitstoot zien als benzine, terwijl aardgas (CNG)-auto’s ongeveer 13 % minder uitstoten. Waterstofauto’s (FCEV) laten alléén lage emissies (±50 g/km) zien wanneer zij rijden op volledig groen waterstof; anders blijft hun voordeel beperkt tot ongeveer 26 % lager dan benzineauto’s.
Belang van realistische aannames
Het ICCT benadrukt dat nauwkeurige LCA-resultaten afhankelijk zijn van realistische uitgangspunten zoals de elektriciteitsmix gedurende de levensduur en reëel rijgedrag. Vaste aannames (zoals WLTP-testwaarden of statische elektriciteitsmixen) onderschatten vaak de emissievoordelen van BEV’s en overschatten die van PHEV’s.
Beleidsimplicaties en kabinetsvoorstellen
Het rapport adviseert een strenge aanpak: registraties van nieuwe ICE-, HEV- en PHEV-voertuigen moeten uiterlijk in 2035 worden uitgefaseerd om EU-klimaatdoelstellingen te halen. Alleen BEV’s, en in mindere mate FCEV’s op groene waterstof, kunnen grootschalige emissie‑reducties realiseren die nodig zijn voor een klimaatneutrale mobiliteit.
Voor de Nederlandse context betekent dit dat het beleid zich moet richten op:
- verder stimuleren van BEV-adoptie (op laadinfra, fiscale prikkels, vergroening elektriciteitsmix)
- geleidelijke uitfasering van hybride voertuigen in fiscale regelingen en subsidies
- versterken van LCA-kaders in regelgeving om werkelijke milieuvoordelen te verankeren.
Conclusie
Het ICCT-rapport versterkt eerdere inzichten: BEV’s zijn op dit moment de meest effectieve technologie om de CO₂-uitstoot van personenvervoer substantieel te reduceren in Europa. Hun klimaatvoordeel neemt toe naarmate de elektriciteitsmix verder verduurzaamt. Voor hybride en waterstofaandrijving gelden beperktere voordelen, tenzij groene waterstof op grote schaal beschikbaar komt. Het rapport vereist daarom een duidelijke beleidsrichting die BEV’s prioriteit geeft en hybride vormen geleidelijk vervangt vanuit klimaat- en toekomstvisie.
Bron: theicct.org
