Voorjaarsnota: klimaatmaatregelen voor mobiliteit

In de voorjaarsbesluitvorming van 2025 heeft het kabinet een breed pakket aan maatregelen aangekondigd om de mobiliteitssector sneller te verduurzamen. De nadruk ligt op betaalbare mobiliteit, emissiereductie en versterking van de infrastructuur, met specifieke aandacht voor elektrische voertuigen, waterstofgebruik en maatschappelijke toegankelijkheid.

Nieuwe fiscale impuls voor elektrisch rijden

Een van de kernmaatregelen is de invoering van een pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s per 2027. Werkgevers die een niet-emissievrije auto ter beschikking stellen, gaan 52% belasting betalen over de grondslag van de bijtelling. Deze maatregel stimuleert emissievrij zakelijk rijden, met een geschatte CO₂-reductie van 0,3 Mton in 2030.

Voor particuliere rijders wordt elektrisch rijden aantrekkelijker dankzij een verhoging van de MRB-korting voor EV’s van 25% naar 30% tussen 2026 en 2028. Daarmee worden grotere EV’s en fossiele auto’s fiscaal gelijker behandeld. Ook komt er fiscale verlichting voor emissievrije kampeerauto’s, rolstoelbussen en motorfietsen, die nu onder onevenredig hoge bpm vallen.

Impuls voor energie-infrastructuur

Vanuit het Klimaatfonds wordt flink geïnvesteerd in laadinfrastructuur:

€ 65,5 miljoen gaat naar ‘Stopcontact op Land’: toekomstbestendige netaansluitingen voor snellaadstations op 15 snelwegverzorgingsplaatsen.

€ 50 miljoen is gereserveerd voor de elektrificatie van de Friese Waddenveren, inclusief netverzwaring in zes havens.

€ 20 miljoen gaat naar fieldlabs op luchthavens voor de ontwikkeling van waterstof- en elektrisch vliegen.

Onderwegpas OV

Om vervoersarmoede tegen te gaan komt er een Onderwegpas OV voor mensen op of rond het sociaal minimum. Hiermee kan men tijdens daluren gratis of met korting reizen met alle OV-modaliteiten. De regeling kost € 310 miljoen over zeven jaar en wordt deels bekostigd via het Europese Social Climate Fund.

Raffinageroute: waterstof naar de industrie

De correctiefactor voor het meetellen van groene waterstof in raffinaderijen binnen de mobiliteitsdoelstellingen wordt verhoogd van 0,4 naar 1,0. Hierdoor verschuift 4,6 PJ aan hernieuwbare energie van de mobiliteit naar de industrie. Om dit te compenseren wordt de RFNBO-subverplichting verhoogd van 3,9 naar 7,5 PJ in 2030. Voor exploitanten van waterstoftankstations is € 24 miljoen aan compensatie voorzien.

Biobrandstoffen en brandstoftransitie

De brandstoftransitieverplichting wordt per 2028 verhoogd, resulterend in 1,5 Mton extra CO₂-reductie in 2030. Zonder aanvullend beleid zal dit grotendeels via extra inzet van HVO plaatsvinden. De verwachte prijsstijging van brandstoffen blijft naar schatting onder de 1 cent per liter.

Deze mix van belastingmaatregelen, infrastructuurinvesteringen en beleidsaanpassingen moet Nederland dichter bij de klimaatdoelen voor 2030 brengen. De focus op sociaal evenwicht, netcongestie en de praktische inzet van waterstof en biobrandstoffen toont een verbrede benadering van mobiliteit als systeem.

Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat