Stopzetten Amerikaans offshore windproject raakt Vestas, SIF en Equinor hard

Offshore wind in de Verenigde Staten kende al een moeizame start. Toch kwam de stopzetting van het Empire Wind 1-project van Equinor als een mokerslag. De beslissing, genomen onder de nieuwe regering-Trump, heeft mogelijk verstrekkende gevolgen voor Europese bedrijven zoals Vestas, SIF Group, Nexans en Prysmian, die zwaar hebben geïnvesteerd in het project.

Empire Wind 1 was geen plan op de tekentafel, maar een vergevorderd offshore windpark van 810 MW voor de kust van New York. De turbines waren besteld, funderingen geproduceerd, kabels in fabricage en bouwactiviteiten gestart. Empire Wind 1 moest 500.000 huishoudens van stroom voorzien en was een belangrijke peiler in de offshore ambities van New York.

De federale ‘stop-work order’ van april 2025 dwong Equinor echter om de werkzaamheden direct te staken. De maatregel vloeit voort uit een politieke koerswijziging: onder de hernieuwde Trump-regering worden bestaande offshore windprojecten herbeoordeeld, ondanks eerder verstrekte vergunningen. Terwijl de Amerikaanse elektriciteitsvraag juist explosief groeit door de opkomst van datacenters en AI, wordt nu een strategisch energieproject stilgelegd.

Europese toeleveranciers zwaar getroffen

Verschillende grote Europese bedrijven hadden zich aan Empire Wind 1 verbonden en zijn direct geraakt door de stillegging.

Vestas had een order voor 54 exemplaren van zijn V236-15 MW turbines binnengehaald, de eerste grote offshoredeal voor het bedrijf in de VS. De voorbereiding voor levering, assemblage en onderhoud was in volle gang. Hoewel Vestas mogelijk turbines kan herbestemmen voor andere projecten, loopt het bedrijf een belangrijke referentieorder en aanzienlijke omzet mis.

SIF Group leverde monopile-funderingen vanuit Nederland. De productie was gestart en de eerste zes fundaties waren al onderweg naar de VS. SIF verwacht contractueel aanspraak te maken op annuleringsvergoedingen, maar moet rekening houden met vertragingen en een verlies aan toekomstige inkomsten. Hergebruik van de speciaal voor Empire Wind geproduceerde funderingen is lastig.

Nexans produceerde 150 km aan 345 kV exportkabels, deels in de VS, en zou ook de installatie verzorgen. Prysmian leverde ongeveer 150 km aan inter-array kabels. Beide bedrijven kunnen mogelijk aanspraak maken op kostencompensatie, maar lopen eveneens geplande installatiewerkzaamheden mis en riskeren onbruikbare voorraad.

Equinor, ontwikkelaar en eigenaar van Empire Wind 1, had reeds circa 2,5 miljard dollar geïnvesteerd in vergunningen, ontwikkelkosten en infrastructuur. Bij een definitieve annulering zal Equinor deze kosten grotendeels moeten afschrijven en schadevergoeding moeten betalen aan toeleveranciers.

Juridische onzekerheid en financiële schade

De betrokken partijen zijn contractueel gedeeltelijk beschermd via beëindigingsclausules en annuleringsvergoedingen. Toch leiden deze vergoedingen slechts tot gedeeltelijke compensatie van de geleden schade. Toeleveranciers verliezen de winstmarges op leveringen en de servicecontracten die tientallen jaren hadden moeten lopen. Sommige fysieke producten, zoals speciaal gefabriceerde monopiles en kabelsystemen, zijn moeilijk elders inzetbaar.

Equinor overweegt juridische stappen tegen de Amerikaanse overheid wegens beleidsbreuk. De uitkomst hiervan is onzeker, mede gezien de breed gesteunde federale koerswijziging. Ook de staat New York heeft bezwaar aangetekend tegen de federale interventie.

Stillegging ondermijnt vertrouwen

De abrupte stopzetting van een volledig vergund project laat zien hoe kwetsbaar investeringen in de Amerikaanse offshore windmarkt zijn geworden. Zonder beleidszekerheid en structurele ondersteuning wordt het steeds risicovoller voor Europese bedrijven om in de VS actief te blijven.

Dat de Amerikaanse elektriciteitsvraag naar verwachting met tientallen procenten zal toenemen richting 2030 maakt de maatregel des te opmerkelijker. Empire Wind 1 had een directe bijdrage kunnen leveren aan het verduurzamen van de stroomvoorziening en het opvangen van de groeiende AI-gerelateerde vraag. Door offshore windprojecten in een vergevorderd stadium alsnog stil te leggen, schiet de VS zichzelf mogelijk op langere termijn in de voet.

Offshore wind onder druk wereldwijd

De situatie rond Empire Wind 1 staat niet op zichzelf. Wereldwijd staat de offshore windmarkt onder toenemende druk. Hogere kosten voor staal, aluminium en andere grondstoffen, samen met stijgende rentepercentages, hebben de businesscase van veel projecten uitgehold. Amerikaanse en Europese toeleveranciers worden daarbij extra geraakt door nieuwe Amerikaanse importheffingen op staal en aluminium uit Europa.

Ook de politieke steun voor hernieuwbare energieprojecten blijkt minder robuust dan eerder gedacht. In de VS, maar ook in delen van Europa, zwakt het publieke en politieke enthousiasme voor grootschalige duurzame projecten af. Economische tegenwind en zorgen over energiekosten leiden tot meer financiële terughoudendheid bij investeerders en banken.

Recent trok Vattenfall zich terug uit de aanbesteding voor nieuwe windkavels in het Verenigd Koninkrijk, terwijl het in Nederland actieve Nuon (eigendom van Vattenfall) aangaf voorlopig niet te zullen bieden op nieuwe Nederlandse offshorekavels. In de VS annuleerden Ørsted en Avangrid recent eveneens meerdere grote projecten, soms na miljoenen aan voorbereidingskosten.

Deze trend onderstreept dat offshore wind, ondanks technologische vooruitgang, nog altijd sterk afhankelijk blijft van consistente beleidssteun, voorspelbare regelgeving en aantrekkelijke financiële randvoorwaarden.

Wanneer zelfs projecten die vergevorderd zijn – zoals Empire Wind 1 – onder politieke druk kunnen worden stilgelegd, zakt het vertrouwen verder weg. Hierdoor dreigt de mondiale uitrol van offshore wind, essentieel voor de energietransitie, op grote schaal te vertragen.

Tot slot

Empire Wind 1 symboliseerde de succesvolle samenwerking tussen Europese toeleveranciers en de Amerikaanse energietransitie. De stillegging betekent niet alleen forse financiële schade, maar ondermijnt ook het vertrouwen in de Amerikaanse offshore windmarkt als geheel.

Zolang beleidszekerheid ontbreekt en economische risico’s blijven toenemen, zullen investeringen in nieuwe offshore projecten wereldwijd onder druk blijven staan. De komende maanden zullen bepalend zijn: lukt het om juridische zekerheid te herstellen en beleid aan te passen, of zet de neergang zich verder door?