Toen Dyson in 2014 begon aan de ontwikkeling van een elektrische auto, werd dat gezien als een verrassende en ambitieuze stap van het Britse technologiebedrijf dat vooral bekend staat om stofzuigers, handdrogers en luchtreinigers. Acht jaar later is het project stopgezet, zonder dat het ooit het productiestadium haalde. Oprichter Sir James Dyson legt in een recent interview uit waarom.
Geen businessplan, maar een idee
Dyson staat bekend om zijn focus op technologie en prestatieverbetering. “Het begint altijd met de vraag: heb ik een idee dat mensen willen, dat nuttig is en beter presteert dan wat er al is?”, aldus Dyson. De keuze om een markt te betreden is bij hem nooit gebaseerd op winstverwachtingen of marktanalyse. “Misschien zouden we dat wel moeten doen, maar het is vooral: we hebben een goed idee, dus we gaan ermee aan de slag.”
De Dyson EV: een technologisch avontuur met commerciële grenzen
De elektrische auto waar Dyson op doelt — bekend als project N526 — was een technologisch hoogstandje: ontworpen als een luxueuze SUV met een bereik van 965 km, een uniek in eigen huis ontwikkeld accupakket, en geavanceerde software. Toch haalde het project nooit de markt. Niet omdat de technologie faalde, maar omdat het commerciële risico te groot werd.
Toen Dyson aan het project begon, was het EV-landschap nog relatief leeg. Maar de opkomst van gevestigde autofabrikanten en nieuwe spelers, allemaal gesteund door diepe zakken en staatssteun, veranderde dat snel. “Iedereen ging ineens elektrische auto’s maken, en niemand verdiende eraan — integendeel, er werden enorme verliezen geleden,” zegt Dyson.

30 miljard of stoppen
Voor Dyson, een privébedrijf zonder externe investeerders, werd het project financieel onhaalbaar. “Ik heb geen 30 miljard om er eindeloos geld in te blijven pompen tot het winstgevend wordt” zegt hij eerlijk. “En dat is jammer, want ik vond het fantastisch om eraan te werken.”
Innovatie vs winstgevendheid
Dyson erkent dat er altijd spanning is tussen innovatie en winstgevendheid. “Je moet iets economisch kunnen maken, maar het is vaak moeilijk om het vervolgens ook daadwerkelijk te verkopen — vanwege distributie, marketing, en schaal.” De stap van prototype naar massaproductie bleek in het geval van de Dyson EV uiteindelijk te groot, ondanks de technologische voorsprong.
