Nieuwe richtlijn moet offshore windsector miljoenen besparen op transportmiddelen

Nedzero, branchvereniging voor de windindustrie, meldt dat de twee grootste windturbineproducenten ter wereld, Vestas en Siemens Gamesa, een gezamenlijke richtlijn hebben gepubliceerd die moet leiden tot aanzienlijke kostenbesparingen in het offshore windsegment. De richtlijn, die in samenwerking met de Deense branchevereniging Green Power Denmark is ontwikkeld, standaardiseert de ‘interface’ tussen zware componenten van windturbines en de bijbehorende transportmiddelen zoals hijsgereedschap, frameconstructies en tijdelijke opslagframes.

Tot nu toe ontwierp elke fabrikant zijn eigen set van transport- en hijsoplossingen per turbinemodel. Deze praktijk leidde tot een wirwar van niet-uitwisselbare tools en resulteerde in hoge kosten, lange doorlooptijden en een beperkt hergebruik van materialen. Het nieuwe initiatief wil daar verandering in brengen door een gedeelde technische standaard te definiëren die in de hele sector kan worden toegepast.

De richtlijn – voluit de Offshore Wind Transport Standardisation Guideline – heeft betrekking op de interfacepunten tussen turbinecomponenten (zoals bladen, hubs en torendelen) en transportstructuren. De verwachting is dat deze standaardisering kan leiden tot besparingen van tientallen miljoenen euro’s per jaar, met name bij grootschalige offshoreprojecten waar per park honderden bewegingen van componenten plaatsvinden.

Volgens Green Power Denmark draagt het initiatief bij aan de noodzakelijke opschaling van wind op zee, door logistieke processen eenvoudiger en goedkoper te maken. In de toelichting stelt de organisatie: “Het delen van een uniforme standaard tussen concurrenten toont aan dat er in de sector bereidheid is om over eigen schaduw heen te stappen, in het belang van snelheid, veiligheid en kostenefficiëntie.”

Voor Nederland en andere Noordzeelanden, waar de bouw van tientallen gigawatts aan offshore windparken gepland staat, is dit relevant. De logistieke keten vormt een van de bottlenecks in de realisatie van de Europese windambities. Door inzet van gestandaardiseerd materieel kunnen onder meer havenfaciliteiten, transportbedrijven en installatievaartuigen flexibeler inspelen op de vraag.

De standaard zal naar verwachting in 2025 verder worden doorontwikkeld en breder worden uitgerold. Andere turbinebouwers, toeleveranciers en logistieke partners worden uitgenodigd om zich bij het initiatief aan te sluiten.

Bron: NedZero